Eerste hulp bij het isoleren van uw woning!

Op Isolerendoejezo.nl leest u hoe u met het zelf na-isoleren van uw huis een fikse energiebesparing realiseert. Een huis isoleren verdient zich namelijk snel terug en vergroot bovendien het wooncomfort aanzienlijk.

Dampremmende folie

Een laag dampremmende folie verhindert dat damp in de lucht van een binnenruimte tot water condenseert in de dak-, wand- of vloerconstructie. Dampopen isolatiematerialen dienen bij verwerking van binnenuit te worden aangebracht in combinatie met een dampremmende laag (bijvoorbeeld PE-folie of aluminiumfolie, minimaal 0,2 mm dik). Het waterdampdichte plastic folie wordt voor de isolatie langs, achter de afwerkingslaag aangebracht. Dit moet zorgvuldig gebeuren, want de dampremmende laag moet voorkomen dat er waterdamp in de constructie komt. Kleine openingen en beschadigingen in de folie worden afgeplakt met tape.

Dampopen, dampremmend, dampdicht

De mate van dampweerstand bepaalt of we spreken van dampopen, dampremmend of dampdicht. Dit wordt uitgedrukt in termen van ‘equivalente luchtlaagdikte’, weergegeven als µd- of sd-waarde (de µ-waarde vermenigvuldigd met de dikte in meters). De eenheid µ staat namelijk gelijk aan 1 m(eter). Dat wil zeggen dat een µd- of Sd-waarde van 20 m betekent dat het materiaal in de aangegeven (!) dikte dezelfde dampdiffusie heeft als een laag lucht van 20 m. Materialen met een μd-waarde vanaf 20 m worden als dampremmend beschouwd.

Rekenvoorbeeld

PE-folie met een µ-waarde van 100.000 moet minimaal 0,2 mm dik zijn, want:
0,0002 m x 100.00 = 20 m (de startwaarde die als dampremmend geldt).

Dampremmende laag en dampscherm

Hoe hoger de µd- of sd-waarde, hoe beter het materiaal in staat is damp tegen te houden. Er wordt gesproken van een dampremmende folielaag als de  µd-waarde ligt tussen de 20 en 100 m. Bij hogere waardes (vanaf 100 m) kan worden gesproken van een dampscherm. Dat is genoeg om vocht in de lucht te keren. Pas bij oneindige  µd-waardes is een materiaal echt volledig water- en dampdicht (b.v. glas).

Andersom geldt dat hoe lager de µd-waarde, hoe meer dampopen het materiaal is. Alle materialen die een  µd-waarde hebben beneden de 20 m (µ-waarde vermenigvuldigd met de dikte van het materiaal in meters) dienen voorzien te worden van een dampremmende laag. In de praktijk komt dit er op neer dat er eigenlijk in alle gevallen gewerkt moet worden met een dampremmende laag.

Glaswol is bijzonder dampopen, net als steenwol. EPS en PIR zijn dat in lichte mate terwijl XPS al dampremmend kan zijn rond een dikte van 15 cm.

Veel isolatiematerialen zijn voorzien van een alulaag. Deze alulaag is ook vooral dampremmend bedoeld. De aluzijde wordt naar de te verwarmen ruimte gericht, dit om stralingswarmte te reflecteren. Omdat er bij het aanbrengen makkelijk naden ontstaan verdient het aanbeveling ook bij toepassing van isolatieproducten met een alulaag tocht ook nog een dampremmend scherm aan te brengen. U kunt de naden ook afplakken met alutape.

Relatieve luchtvochtigheid en condensatie

Als vocht condenseert in het isolatiemateriaal is dat het gevolg van het natuurkundige principe van de relatieve luchtvochtigheid. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht. Als lucht afkoelt, krimpt namelijk het volume, waardoor de watermoleculen dichter op elkaar komen te zitten. De lucht raakt verzadigd en op een gegeven moment kan de krimpende lucht de hoeveelheid watermoleculen niet meer bevatten en condenseert de damp tot vloeibaar water. De warme binnenlucht van een huis bevat ‘leefvocht’ (van douchen, eten koken, uit de adem van de bewoners et cetera, ongeveer 20 liter per huishouden per dag). Dit leefvocht zal zonder dampscherm in het isolatiemateriaal trekken als gevolg van waterdampdiffusie (langzame verspreiding van moleculen tot er een evenwichtige verdeling van de deeltjes in de luchtruimte ontstaat). Als het buiten kouder is dan binnen, zal het luchtvolume door afkoeling in het isolatiemateriaal geleidelijk kleiner worden. Afhankelijk van de hoogte van de luchtvochtigheid binnen en het verschil met een lagere temperatuur buiten, kan de damp tot vloeibaar water condenseren. Een dampdichte of -remmende folielaag verhindert dit scheikundige proces van waterdampdiffusie, doordat het het leefvocht keert. Het isolatiemateriaal blijft zodoende droog en behoudt zijn werking. Daarbij blijven vochtproblemen in of aan de constructie achterwege.

Vochtregulerende klimaatfolie

Het is niet aan te raden een constructie op te sluiten binnen twee dampdichte of sterk dampremmende schermen, tenminste niet zonder een ventilatiespouw. Mocht er onverhoopt water in de constructie komen door bijvoorbeeld lekkage of smeltwater, dan kan het vocht geen kant meer op. Hierdoor kan de constructie gaan rotten, er schimmel ontstaan en neemt in sommige gevallen de isolerende werking van het isolatiemateriaal af. Om toch het vocht van binnenuit te keren – als aan de buitenzijde van de schil al een dampremmende folie is aangebracht – is vochtregulerende klimaatfolie een goed alternatief voor gewone PE-folie.

© 2011 Isolerendoejezo.nl - Sitemap | Disclaimer